Terug naar perspectieven

NORA en PUB

NORA is de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Goede diensten ontstaan niet vanzelf, maar worden bewust ontworpen door architecten. Alle overheidsorganisaties kunnen de NORA gebruiken bij het vormgeven en inrichten van hun dienstverlening.

Op deze pagina bekijken we hoe de dienstverleningsvisie van PUB integreert met NORA.

Kernonderdelen PUB

Allereerst kort wat PUB is: een doel, en de middelen die daarbij passen.

Doel PUB

Toegang tot essentiële dienstverlening en de administratieve processen daarbinnen samenhangend organiseren rondom de behoeftes van mensen (natuurlijke personen).

De dienstverleningsvoorziening (het middel)

Een onafhankelijke voorziening, buiten de overheid, die als intermediair werkt: zowel digitaal als niet-digitaal (bijvoorbeeld per brief, telefonisch of aan een balie). Zij ondersteunt mensen in verschillende rollen, zoals burger, student, patiënt of zelfstandige, bij essentiële dienstverlening en administratieve processen, en geeft invulling aan de spreiding van macht en verantwoordelijkheid in de digitale samenleving.

De persoonlijke digitale omgeving

De digitale kant van die dienstverleningsvoorziening: een persoonlijke omgeving waarin administratieve processen zijn georganiseerd rondom de behoeftes van mensen, doordat gegevens, bewijzen, berichten en aanvragen samenhangend bij elkaar staan en je vanuit één plek met meerdere aanbieders van essentiële dienstverlening kunt interacteren.

Aansluiting met NORA op waarden, kwaliteitsdoelen en architectuurprincipes

PUB sluit aan op de vijf kernwaarden van NORA (Vertrouwen, Veilig, Toekomstgericht, Doeltreffend en Doelmatig) en de onderliggende kwaliteitsdoelen zoals Transparant, Proactief, Gebundeld, Begrijpelijk, Vindbaar, Uniform, Overzichtelijk, Privacy en Vertrouwelijk.

PUB sluit aan bij de architectuurprincipes van NORA zoals Bundel diensten, Hergebruik, Verplaats je in de gebruiker, Voorkom onnodige complexiteit, Bouw diensten modulair op, Bied de dienst proactief aan en Geef inzicht in de afhandeling van de dienst.

PUB werkt door stelselvoorzieningen

Laten we de stelselvoorzieningen van PUB uitleggen aan de hand van een metafoor rondom auto's en wegen. Stel, je persoonlijke dienstverleningsomgeving is je eigen auto. Als je een eigen auto hebt, dan gaat vervolgens niemand zijn eigen verkeersborden verzinnen of wegen aanleggen. Dat zijn gedeelde voorzieningen: het wegennet dat alles verbindt, verkeersregels en borden die voor iedereen hetzelfde betekenen, bewegwijzering en kaarten om te vinden waar je moet zijn, een kentekenregister zodat duidelijk is wie wie is, en ook afspraken over bijvoorbeeld de breedte van wegen zodat alles goed op elkaar aansluit. Zulke gedeelde voorzieningen heeft digitale dienstverlening ook nodig; die noemen we stelselvoorzieningen.

Hoe stelselvoorzieningen de behoeftes invullen

Die stelselvoorzieningen maken concreet mogelijk wat iemand wil weten en doen in een dienstverleningsproces. (Die behoeftes zijn ook beschreven op de pagina mensgericht perspectief.) In onderstaande tabel staat per thema beschreven wat iemand wil weten en doen, en welke stelselvoorzieningen dat mogelijk maken. In het hoofdstuk hierna is elke stelselvoorziening en de relatie met NORA meer in detail beschreven.

ThemaWat iemand wil wetenWat iemand wil doenVoorzieningen
Rechten en plichtenwelke je hebtuitoefenen en eraan voldoenRekenregels-catalogus, Bewijzen-catalogus
Proces en statusde stappen, waar je staat, wanneer het klaar isstappen doorlopen en taken afhandelenProcessen-catalogus
Gegevenswelke een organisatie gebruikt, nu en in het verleden, en of dat proportioneel isuitwisselen en beherenGegevens-catalogus, Adres-register, Bewijs-circuits-register, Categorieën en labels
Organisatieswie erbij betrokken isermee interacterenSamenwerkende Catalogi, Dienstverlening-catalogus, Adres-register
Zeggenschapwelke toestemmingen lopentoestemming of wilsuiting geven of intrekkenToestemmings-sjablonen, Bewijs-circuits-register
Voorwaarden en termijnenwelke geldenop tijd indienenRekenregels-catalogus, Processen-catalogus
Stelselvoorzieningen en relatie met NORA

De volgende voorzieningen zijn ondersteunend aan de persoonlijke digitale omgeving.

Rekenregels-catalogus

Een gedeeld verzamelpunt voor de rekenregels van organisaties, zodat vooraf bepaald kan worden of iemand ergens recht op heeft.

NORADit sluit aan op het model voor publiek regelbeheer, de CPRMV-NL, dat een regeling opbouwt uit regels, regelsets, parameters en beslismodellen.

Bewijzen-catalogus

Het doorzoekbare overzicht van het bewijzen-aanbod in het stelsel: welke organisatie geeft welk bewijs uit.

NORADit sluit aan op de entiteit Bewijs in het model voor publiek regelbeheer, de CPRMV-NL, en dient het kwaliteitsdoel Vindbaar.

Bewijzen-regelboek

De beschrijving per type bewijs van wat het inhoudt: welke gegevens erin staan en hoe het wordt weergegeven en gevalideerd.

NORADit sluit aan op de entiteit Bewijs, gebaseerd op de Europese standaard voor criteria en bewijs, in het model voor publiek regelbeheer, de CPRMV-NL.

Begrippen-catalogus

Eenduidige definities voor de begrippen die in het stelsel worden gebruikt, bijvoorbeeld in bewijzen, rekenregels en formulieren, zodat elke partij hetzelfde onder een begrip verstaat.

NORADit vult op ons niveau in wat NORA de landelijke laag van begrippen en betekenis noemt, het Nationaal Semantisch Vlak.

Stelselwegwijzer

Een index en wegwijzer die aanwijst waar een begrip of gegevens-soort leeft, wat het betekent en hoe het samenhangt. Het verwijst naar de plek waar het echte schema staat, in plaats van dat het die schema's en gegevens zelf bevat.

NORADit is onze lichte tegenhanger van de landelijke metadata-catalogus binnen het Nationaal Semantisch Vlak.

Gegevens-catalogus

De vastlegging van de soorten gegevens met hun velden: welke velden een aanvraag, een formulier of een bericht heeft (data-soorten), en de soorten documenten zoals een besluitbrief (document-soorten). Een gedeeld contract waartegen gegevens worden gevalideerd.

NORADit sluit aan op de entiteit Aanvraag in het model voor publiek regelbeheer, de CPRMV-NL, en op de informatiemodellen in het Nationaal Semantisch Vlak, die ook de andere gegevens-soorten (formulieren, berichten en documenten) dekken.

Categorieën en labels

Het gedeelde woordenboek voor de categorieën en labels waarmee bewijzen, berichten en documenten worden gegroepeerd en daarmee ingedeeld en gekoppeld op een overzichtelijke manier voor de gebruiker, zoals zorg of financiën.

NORADit hoort bij de betekenis-laag van het Nationaal Semantisch Vlak.

Samenwerkende Catalogi

De voorziening die de productcatalogi van organisaties ophaalt en er een integraal, doorzoekbaar aanbod van maakt, zodat een afnemer diensten over organisaties heen kan vinden.

NORADit is dezelfde standaard die NORA en Logius Samenwerkende Catalogi noemen, gebaseerd op het dienstenmodel CPSV-NL.

Dienstverlening-catalogus

De ontsluiting van praktische dienstverleningsinformatie per organisatie: telefoonnummers, fysieke bezoekadressen, openingstijden, bereikbaarheid en toegankelijkheid.

NORADit hoort bij het dienstenmodel CPSV-NL.

UPL (Uniforme Productnamenlijst)

De landelijke lijst met de officiële naam en code van elk overheidsproduct, zodat een dienst overal hetzelfde heet.

NORADit is de bestaande landelijke UPL, onderdeel van de Samenwerkende Catalogi-standaard.

Processen-catalogus

De beschrijving van hoe een proces verloopt: de fasen, de betrokken rollen, het resultaat, het besluit en de bijbehorende documenten. Dekt zowel de afhandeling van een enkele zaak bij één organisatie als het verloop van een levensgebeurtenis over meerdere organisaties heen, zoals verhuizen.

NORADit is de toepassing van zaakgericht werken voor de afhandeling van een enkele zaak, en van zaakgericht (samen-)werken in ketens voor het verloop over meerdere organisaties heen.

Toestemmings-sjablonen

Vooraf gekeurde sjablonen die per soort organisatie vastleggen welke gegevens voor welk doel en voor hoe lang gevraagd mogen worden.

NORADit is de toetsbare uitwerking van het architectuurprincipe Pas doelbinding toe en het kwaliteitsdoel Noodzakelijk.

Adres-register

De digitale wegwijzer van het stelsel: op welk endpoint elke organisatie te bereiken is, en waarmee te verifiëren is dat een bericht echt van die organisatie komt. Elke organisatie publiceert hier haar eigen bereikbaarheid, het endpoint plus de sleutel waarmee haar afzenderschap te controleren is, en een centrale wegwijzer verwijst naar de juiste plek.

NORAVoor het wie-en-waar sluit dit aan op het Register van Overheidsorganisaties (ROO).

Bewijs-circuits-register

Het register van de wiskundige circuits, met de bijbehorende verificatiesleutels, waarmee aangetoond kan worden dat iets waar is zonder de onderliggende gegevens prijs te geven.

NORADit bouwt voort op het gedachtegoed van Self-Sovereign Identity (SSI) uit de NORA-expertgroep Identiteit en Toegang.

Project Start Architectuur (PSA)

De architectuur van PUB is uitgewerkt als een Project Start Architectuur (PSA), zelf een NORA-instrument dat de brug slaat tussen de doelarchitectuur en het concrete ontwerp. Bedoeld voor architecten en beleidsmakers. Klap een onderdeel open om verder te lezen.

Definities
TermUitleg
PUBBurgerinitiatief met een uitgewerkte, technisch werkende visie op digitale dienstverlening. Bestaat uit een persoonlijke digitale omgeving plus gedeelde stelselvoorzieningen.
DienstverleningsvoorzieningDienstverleningsvoorziening voor mensen in verschillende rollen, zoals burger, student, patiënt of zelfstandige. De onafhankelijke voorziening die de persoonlijke omgeving aanbiedt en als kanaalonafhankelijke intermediair werkt (digitaal en niet-digitaal), gericht op essentiële dienstverlening.
DienstverleningsomgevingDe persoonlijke digitale omgeving met samenhangende functionaliteiten waarin je met meerdere dienstverleners kunt interacteren, en waarin gegevens, bewijzen, berichten en aanvragen samenhangend bij elkaar staan. Dit is de digitale kant van de dienstverleningsvoorziening.
StelselvoorzieningenDe gedeelde voorzieningen (catalogi, registers, afspraken) die het geheel laten werken, zodat niet elke organisatie het zelf bouwt.
DienstverlenerEen organisatie die een dienst levert (overheid of privaat) en via gestandaardiseerde koppelvlakken met de omgeving koppelt.
PSAProject Start Architectuur, een NORA-format dat scope, lagen, standaarden en besluitpunten van een ontwerp vastlegt.
1. Managementsamenvatting

PUB organiseert digitale dienstverlening rondom de mens: gegevens en processen worden samenhangend rond de behoeften van de burger georganiseerd, in plaats van versnipperd over portalen, formulieren en loketten. De kern is een persoonlijke digitale omgeving, aangeboden door een onafhankelijke dienstverleningsvoorziening, ondersteund door gedeelde stelselvoorzieningen. De architectuurvariant onderscheidt zich doordat gegevens niet structureel bij overheidsorganisaties samenkomen, maar aan de kant van de burger.

Deze PSA legt die architectuur en het beheer- en governance-model vast, zodat een architect of beleidsmaker meer inzicht krijgt in hoe de visie van PUB qua architectuur is georganiseerd. De keuzes die nog openstaan, staan in onderdeel 8 (Besluitpunten en open keuzes).

2. Context en scope

Aanleiding. Het lijkt vanzelfsprekend dat digitale dienstverlening rondom mensen is ontworpen, maar veel mensen ervaren het tegenovergestelde. Informatie is versnipperd en het voelt vaak alsof je verdwaalt in een doolhof van websites, formulieren en loketten, terwijl het juist gaat om toegang tot zorg, inkomen, wonen en andere essentiële diensten. De huidige inrichting voldoet daardoor onvoldoende aan de kwaliteitsdoelen van NORA (onder meer Proactief, Gebundeld, Begrijpelijk en Overzichtelijk).

Tegelijk liggen er rondom digitale identiteit, wallets en dienstverlening grote strategische ontwerpvragen, en de tijd dringt. De overheid is door haar huidige organisatiestructuur niet ingericht om daar samenhangend en op tempo op te reageren. PUB is een integraal uitgewerkte, technisch werkende visie die laat zien hoe digitale dienstverlening wél rondom de mens kan worden georganiseerd.

In scope van deze PSA: de architectuur-hoofdlijn van PUB (persoonlijke omgeving, stelselvoorzieningen), de aansluiting op NORA, en het beheer- en governance-model.

Buiten scope: de detailimplementatie per voorziening, de niet-functionele eisen (beschikbaarheid, back-up, enzovoort; bewust nog niet uitgewerkt), en het definitieve aanbiedersmodel van de dienstverleningsvoorziening (zie onderdeel 8).

Betrokken partijen: de burger (natuurlijke persoon in allerlei rollen); dienstverleners (overheid en privaat); de onafhankelijke beheerder(s) van het stelsel; en het onafhankelijk toezicht.

3. Van IST naar SOLL

IST (huidig). Dienstverlening is vaak versnipperd, ook qua omgevingen en vaak opgeknipt langs organisatiegrenzen. De burger navigeert tussen portalen, apps, berichtenboxen en formulieren. Waar gegevens worden samengebracht om proactief te kunnen handelen, gebeurt dat bij overheidsorganisaties.

SOLL (gewenst). Eén persoonlijke omgeving waarin de burger zijn zaken regelt over organisaties heen. Gegevens en processen worden samenhangend rond de behoeften van de burger georganiseerd. Gedeelde stelselvoorzieningen laten het geheel werken. Organisaties leveren hun eigen diensten en koppelen via gestandaardiseerde koppelvlakken; gegevens komen samen aan de kant van de burger, niet centraal bij de overheid.

4. De vijf NORA-lagen

4.1 Grondslagen (wet en beleid). PUB steunt op bestaande Europese en Nederlandse grondslagen.

  • Europees: de AVG voor gegevensbescherming (dataminimalisatie en doelbinding); eIDAS2 (Verordening (EU) 2024/1183) als wettelijk kader voor de Europese digitale identiteit en wallet; de Data Governance Act voor het vertrouwd delen en hergebruiken van gegevens; en de Interoperable Europe Act voor interoperabele overheidsdienstverlening.
  • Nederlands: de Grondwet, die de overheid een zorgplicht oplegt voor de bestaanszekerheid van de bevolking (artikel 20) en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer beschermt (artikel 10); de Wet digitale overheid (Wdo), die veilig en betrouwbaar inloggen bij de (semi-)overheid regelt (erkende inlogmiddelen met betrouwbaarheidsniveaus) en open standaarden verplicht stelt; en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die het recht regelt om digitaal zaken te doen met de overheid. Voor het wetsvoorstel proactieve dienstverlening, dat niet-gebruik van voorzieningen wil tegengaan en zo de bestaanszekerheid wil versterken, biedt PUB een alternatieve route naar hetzelfde doel.
  • Beleid en architectuur: de overheidsbrede inzet op mensgerichte en proactieve dienstverlening, zoals het programma Werk aan Uitvoering en de Aanpak Levensgebeurtenissen (dienstverlening georganiseerd rond levensgebeurtenissen, over organisaties heen); de NORA-kernwaarden en kwaliteitsdoelen (Transparant, Proactief, Gebundeld, Begrijpelijk, Overzichtelijk, Privacy en Vertrouwelijk); en de Common Ground-beweging waarop PUB technisch voortbouwt.

4.2 Organisatie. De betrokken rollen zijn een onafhankelijke beheerder van het stelsel, de dienstverleners (overheid en privaat) die de diensten leveren, en de burger voor wie gegevens en processen samenhangend worden georganiseerd. Hoe het beheer en de zeggenschap tussen deze rollen zijn belegd, staat in onderdeel 7 (Beheer en governance).

4.3 Informatie (gegevens en betekenis). Gegevens komen samen aan de kant van de burger. De structuur en betekenis liggen vast in gedeelde voorzieningen: de Gegevens-catalogus (de soorten gegevens met hun velden: aanvragen, formulieren, berichten en documenten), de Begrippen-catalogus, en de categorieën en labels. De Stelselwegwijzer wijst daarbij aan waar elk gegeven en begrip te vinden is, wat het betekent en hoe ze samenhangen. Zo sluit deze laag aan op het Nationaal Semantisch Vlak, de landelijke laag waarin de betekenis van overheidsgegevens overheidsbreed is vastgelegd.

4.4 Applicaties. De draaiende software die de functies levert. De dienstverleningsomgeving zelf is de persoonlijke omgeving die mensen gebruiken om hun zaken te regelen. De stelselvoorzieningen zijn de gedeelde diensten die daaronder meedraaien: de catalogi (bewijzen, rekenregels, dienstverlening), de gegevens- en proces-voorzieningen, en het register voor de zero-knowledge-bewijzen.

4.5 Infrastructuur. De onderliggende laag voor veilige gegevensuitwisseling en vindbaarheid, oftewel het transport van gegevens van de ene partij naar de andere: de gestandaardiseerde koppelvlakken waarover die gegevens gaan, de PKI (certificaten) die dat verkeer betrouwbaar maakt, en het adres-register dat bijhoudt welke partij op welk adres bereikbaar is.

5. Standaarden en modellen

PUB bouwt op bestaande en nieuwe standaarden en op gedeelde informatiemodellen, in plaats van op eigen formaten. Niet alles hieronder is een standaard: de informatiemodellen leggen vast wat gegevens betekenen, de standaarden leggen vast hoe ze worden uitgewisseld. De standaarden komen van meerdere organisaties, waaronder ISO/IEC, ITU-T, ETSI, IETF, OpenID, W3C, CEN en de OMG, voor de wallet-kant samengebracht in het referentiekader van de EUDI-wallet (de ARF). Hieronder een selectie, geordend naar functie:

WaarvoorStandaarden en modellen
Informatiemodellen (betekenis en structuur van gegevens)CPRMV-NL en CPSV-NL (Nederlandse uitwerkingen van Europese vocabulaires, volgens NORA nog in ontwikkeling), het metamodel MIM voor de structuur, en NL-SBB plus SKOS voor de begrippen en betekenis
Catalogus- en procesmodellen (aanbod en processen beschrijven en vindbaar maken)Samenwerkende Catalogi met de UPL en DCAT-AP-NL voor het aanbod, en BPMN, CMMN en DMN (van de OMG) voor het beschrijven van processen en beslisregels
Bewijs-formaten (hoe een bewijs is verpakt)SD-JWT VC, mdoc (ISO/IEC 18013-5)
Bewijs- en identiteitstypenPID en LPID (EBWOID), QEAA's, Pub-EAA's en EAA's, DID
Uitwissel-protocollen (bewijzen uitgeven en tonen)OpenID4VCI, OpenID4VP
Vertrouwen (certificaten, intrekken, vertrouwensdiensten)X.509-certificaten, waaronder de eIDAS2 access- en registratiecertificaten voor toegang en gekwalificeerde certificaten voor handtekeningen en zegels; landelijke trusted lists en PKIoverheid als vertrouwensanker; de IETF Token Status List voor intrekken; en de ETSI-normen voor vertrouwensdiensten (EN 319- en TS 119-series)
Transport en berichtenTLS voor het beveiligde kanaal; Digikoppeling en AS4/eDelivery voor berichten tussen organisaties met bewijs van bezorging
6. Privacy en beveiliging

Privacy is een uitgangspunt van het ontwerp (privacy by design). Er wordt alleen gedeeld wat voor een regeling nodig is (dataminimalisatie en doelbinding), en de burger geeft daar toestemming voor of machtigt een ander. De belangrijkste maatregelen:

  • Aparte pseudoniemen per relatie: tegenover elke organisatie gebruikt de burger een eigen, los kenmerk, zodat twee organisaties niet kunnen vaststellen dat zij met dezelfde persoon te maken hebben (anti-correlatie).
  • Alleen het noodzakelijke delen: per situatie gaat alleen mee wat voor die regeling nodig is, en waar mogelijk versleuteld, zodat een tussenliggende partij het niet kan meelezen.
  • Geen herkenbare kenmerken in webadressen: waar de omgeving een webadres deelt, bijvoorbeeld voor inkomende berichten of om een status te controleren, staat daarin een willekeurige, betekenisloze verwijzing in plaats van een naam of nummer van de burger, zodat niet te zien is om wie het gaat.
  • Zero-knowledge-bewijzen (ZKP): aantonen dat iets waar is, bijvoorbeeld dat je in een bepaalde wijk woont, zonder het onderliggende gegeven (je adres) te tonen.
  • Verse kopie per gebruik: bij elke controle toont de omgeving een andere kopie van hetzelfde bewijs, zodat verschillende dienstverlenende organisaties niet aan de bewijs-gegevens kunnen zien dat zij met dezelfde persoon te maken hebben (correleren).
  • Intrekbaarheid met transparantie: een gegeven bewijs of toestemming kan worden ingetrokken via een status-lijst, en de burger ziet elke gebeurtenis terug in een transparantie-overzicht.
  • Beveiligd verkeer: al het dataverkeer is versleuteld (TLS).

Doordat gegevens voor dienstverlening bij de burger samenkomen en niet centraal bij de overheid, ontstaat er bovendien geen brede centrale informatiepositie die ook voor toezicht of handhaving beschikbaar zou komen.

7. Beheer en governance

Dit onderdeel beschrijft hoe PUB straks wordt beheerd en bestuurd. Het is het hart van deze PSA.

Het beheer van PUB ligt bij een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk, zodat het niet bij één partij ligt. Het omvat acht functies:

  1. Stelselbeheer: de afspraken, standaarden en gedeelde voorzieningen actueel houden.
  2. Toelating: bepalen wie mag meedoen en onder welke voorwaarden.
  3. Certificering: toetsen dat deelnemers aan de eisen voldoen, met periodieke hertoetsing.
  4. Toezicht en handhaving: naleving bewaken en incidenten afhandelen.
  5. Vertrouwen: registers en certificaten beheren, zodat partijen elkaar kunnen vertrouwen.
  6. Standaarden en definities: de gedeelde begrippen, structuren en informatiemodellen onderhouden.
  7. Doorontwikkeling: het stelsel gecontroleerd laten evolueren.
  8. Zeggenschap: een bestuur met inspraak van burgers en deelnemers.

Toetreding: overheidsorganisaties zijn aangesloten; andere dienstverleners kunnen aansluiten nadat zij zijn toegelaten en aan de eisen voldoen.

Spreiding van macht en verantwoordelijkheid. De macht is bewust gespreid. De rollen zijn gescheiden: de beheerder houdt het stelsel draaiend, de dienstverleners leveren de diensten, en voor de burger worden gegevens en processen samenhangend rond de eigen behoeften georganiseerd. Het toezicht staat los van zowel de beheerder als de dienstverleners, en burgers en deelnemers hebben inspraak in het bestuur. Het stelsel is een publieke voorziening zonder winstoogmerk, niet in handen van één partij.

8. Besluitpunten en open keuzes

De volgende keuzes staan nog open en vragen een vervolgbesluit:

  1. Aanbiedersmodel van de dienstverleningsvoorziening: mag de persoonlijke omgeving door meerdere gecertificeerde partijen worden aangeboden, of is er één centrale voorziening?
  2. Organisatievorm van het gedeelde beheer: welke publieke en private partijen het beheer dragen, en in welke juridische vorm, is nog niet vastgesteld.
  3. Niet-functionele eisen: beschikbaarheid, continuïteit, back-up en herstel zijn bewust nog niet uitgewerkt.

Tot slot: PUB is een uitgewerkte, technisch werkende ontwerpvariant die als afzonderlijke optie kan worden meegewogen bij de inrichting van proactieve dienstverlening en aanverwante trajecten.

Relatie met andere visies

PUB is ook uitgewerkt vanuit andere perspectieven en visies. Deze sluiten op elkaar aan.